Wat ik heb geleerd van het corporate leven

Al ruim vijftien jaar ben ik professioneel bezig met fotografie. Dat deed ik - tot een aantal jaren gelden - altijd in combinatie met een baan in loondienst. Ik zie dat veel fotografen deze combinatie hanteren, vaak in aanloop naar de sprong om volledig voor zichzelf verder te gaan. 

Na mijn HBO opleiding Facility Management ben ik via wat omzwervingen terecht gekomen bij de voorloper van het het huidige FrieslandCampina. Daar heb ik mij binnen de Research en Development afdeling gericht op het managen alle ondersteunende facilitaire processen. Hoogtepunt van mijn carrière daar was de bouw en oplevering van het nieuwe R&D Centre in Wageningen. Daarna heb ik nog een aantal jaren rondgelopen bij Akzo Nobel om bij de Nederlandse vestigingen facilitaire projecten te implementeren als contractmanager. Bij beide bedrijven heb ik veel zaken geleerd die ik ook in mijn eigen bedrijf toepas. Hieronder zal ik een aantal zaken met je delen.

FrieslandCampina is goed in het verwerken van melk van de leden veehouders. Dat kunnen ze als geen ander. Toch hebben ze een lange tijd vruchtensappen verkocht onder het merk Riedel. In 2017 hebben ze dit merk verkocht om enkel focus te hebben op waar ze goed in zijn: melk. 

Ook als fotograaf vind ik dat je moet focussen op daar waar je goed in bent. Dat heeft als voordeel dat klanten je snel weten te vinden en je de expert op een bepaald gebied kunt worden. In mijn geval is dat huwelijksfotografie. Ik fotografeer alleen maar huwelijken (dat zal ik dadelijk iets nuanceren hoor). En binnen die focus heb ik wat verbreding gezocht door het geven van workshops in huwelijksfotografie en door het organiseren van wedding fairs in de regio. 

De nuancering: vanuit mijn contacten met bruidsparen, trouwlocaties, wedding planners en anderen komen er ook andere fotografie opdrachten op mijn pad. En als ik daar tijd en zin voor heb kan ik dat prima oppakken. Maar dat zie ik dus echt als het vruchtensap van FrieslandCampina. 

Bij Akzo Nobel stond maar één ding centraal en dat is waarde opleveren voor aandeelhouders. Op mijn facilitaire projecten stond altijd een continue druk op 'zo laag mogelijke kosten'. Elke euro die in het onderhoud van de tuin wordt gestoken kun je niet als dividend uitkeren aan aandeelhouders. Ook als fotograaf moet je de juiste keuzes maken. Je kunt hele leuke concepten bedenken maar als daar geen vraag naar is komt er weinig brood op de plank. In het verleden heb ik wel eens een combinatie gemaakt van een foto- en videoreportage voor families in interviewstijl. Het concept is superleuk maar omdat het een nieuwe dienst is moet je veel energie steken in het vermarkten daarvan. Ander voorbeeld: de photobooths die wij verhuren is een dienst die iedereen kent. Dit verkoopt zich bijna vanzelf.

Een businesscase is een berekening hoe snel je een bepaalde investering terug verdient. Voor elke grote aanschaf maak ik een businesscase. Afgelopen kerst heb ik geïnvesteerd in een nieuwe photobooth. Ik kijk dan vooraf wat de kosten zijn en de tijd die nodig is om de photobooth operationeel te krijgen. Dat kun je dan afzetten tegen het aantal boekingen dat nodig is om de investering terug te verdienen. Duurt dat te lang of is dat onrealistisch? Dan is het geen verstandige uitgave. 

Een businesscase kun je ook maken op niet materiële zaken. Wat zou bijvoorbeeld de businesscase bij een styled shoot zijn? 

Een juiste bedrijfscultuur is belangrijk. De Research en Development afdeling van FrieslandCampina is bijvoorbeeld super kennisintensief. De medewerkers worden goed beloond en op veel manieren in de watten gelegd om een zo laag mogelijk verloop te hebben, want dan stroom er immers kennis uit de organisatie. Het is dan ook niet zo verwonderlijk dat medewerkers hier lang blijven werken. Nu zul je als zelfstandige zonder personeel wellicht zeggen dat cultuur niet zo belangrijk is, maar in samenwerkingen met anderen ontstaat er ook een bepaalde cultuur. 

Het grappige is dat de mensen met wie ik graag samenwerk (wedding planners, contactpersonen van locaties, collega fotografen et cetera) heel erg like minded zijn. Bij het aangaan van intensieve samenwerkingen kijk ik altijd of er een cultural fit is.